de lippen

de lippen
Bevend van ontroering struikelde ze het ene afgrijselijke, slecht verlichte
gewelf na het andere door.
"....Nee, hier is hij ook niet......"
Als in een droom zag ze voor zich uit de artsen gaan, gehuld in eens witte
jassen die nu bevlekt waren met zwart opgedroogd bloed; in een waas zag
ze de verminkte gezichten der leprozen, waarvan de gruwelijkheid buiten
proporties vergroot werd door de werking van het flakkerend lamplicht, ze
zag hun naar haar uitgestrekte handen op zich afkomen, langsgaan, en uit
haar ooghoeken verdwijnen; geen bekende onder hen.
Maar opeens in een flits de herkenning! Ze sprong naar de bewegingloze
gedaante op het geïmproviseerde bed toe, en boog zich diep voorover, om
haar laatste plicht tegenover de zieke te volbrengen, en toen zij zich later
weer oprichtte, maakte haar stemming van verdrietig geluk gauw plaats voor
één van mateloze verschrikking, daar ze merkte dat ze zijn afgerotte lippen
nog tussen de hare hield.

# Posté le samedi 26 avril 2008 14:51

de verdwene lifster

de verdwene lifster
Het was bijzonder donker die avond. De wolken verduisterden de sterren en de maan en de weg was nauwelijks verlicht. Een eenzame auto reed langs de verlaten landweg. Aan het stuur zat een man van middelbare leeftijd. Het was laat geworden, veel te laat, vond hij. Maar zo ging het wel vaker met feestjes op het werk. Hij staarde geconcentreerd naar het zwarte asfalt voor zich en zong luidop om wakker te blijven. En toen, heel plots, zag hij haar. Een jong meisje, aan de kant van de weg, bezorgd wuivend. Even vroeg hij zich af of het wel een goed idee zou zijn om te stoppen. Hij was helemaal alleen, op zo een eenzame weg... Misschien was het wel een valstrik. Misschien zaten er handlangers in de struiken te wachten, klaar om toe te slaan. Maar toen hij de bange ogen van het meisje zag, toen hij zag hoe jong ze was - hij had zelf een dochter van zeventien, en welk onmens zou haar nu
laten staan? - vertraagde hij. En stopte. Het meisje, zichtbaar opgelucht, kwam naar de wagen gerend. Ze droeg een satijnen baljurk met een dunne sjaal om haar schouders. Haar haren waren hier en daar ontsnapt aan de veel te ouwelijke wrong op haar hoofd. Ze opende het portier achteraan en stak haar hoofd naar binnen. 'Zou u me een lift naar huis willen geven, alstublieft? Ik wacht hier al zo lang en het is koud...'. De man knikte en nodigde haar uit om in te stappen. 'Waar woon je?', vroeg hij. 'Op de Molenweg, nummer zeventien'. De man knikte teveden. Dat lag mooi op zijn weg. Of toch bijna. Die ene zijstraat kon hij er wel bijnemen. Het meisje ging op de achterbank zitten. Ze rilde van de kou. 'Hier', zei hij, 'neem mijn jasje maar'. Ze glimlachte dankbaar en drapeerde het jasje om haar schouders. Hij begon te rijden en keek af en toe door de achteruitkijkspiegel naar haar. Het liefst wilde hij haar vragen wie ze was, waar ze vandaan kwam, wat ze zo laat helemaal alleen deed op die landweg. Maar er was iets in haar voorkomen dat hem het zwijgen oplegde. Na een tiental minuten bereikte hij de Molenweg. Hij wilde inslaan, maar zij hield hem tegen. 'Dank u', zei ze, 'de rest loop ik wel'. Voor hij
kon protesteren, opende ze de portier en sprong uit de wagen. En weg was ze, in één-twee-drie op geslokt door de duisternis. Hij begon weer te rijden, maar zijn hoofd was helemaal vol van het meisje. Hij probeerde het gepieker van zich af te schudden. Ruzie gekregen met haar vriendje en onderweg uit de auto gestapt. Zoiets moest het zijn. Pas toen hij zelf uit de auto stapte en de kou venijnig door zijn hemd voelde prikken, besefte hij dat ze zijn jasje nog had. Niet erg. Hij zou het de volgende morgen wel ophalen. Molenweg zeventien. Al vroeg in de ochtend reed hij de Molenweg op en stopte hij bij nummer zeventien. Hij belde aan en aan de deur verscheen ee vermoeid ogende, grijze vrouw. Hij knikte haar toe. 'Goeiemorgen, ik heb vannacht uw dochter thuisgebracht, maar ik vrees dat zij mijn jasje nog heeft. Hebt u het toevallig niet gezien?'. De ogen van de vrouw werden groter en toen
schudde ze langzaam het hoofd. Ze glimlachte triest. 'Mijn dochter is dood, mijnheer'. De man verstarde. 'Maar hoe kon dat...', stamelde hij. Zijn stem stierf weg, toen hij door een kier in de deur een foto zag van
het meisje: de satijnen baljurk, de sjaal, het opgestoken haar, en naast haar de vrouw die hier nu voor hem stond. Stukken jonger, met stralende ogen en donkere haren. 'Dat is ze, ja, samen met mij', zei de vrouw
zacht. 'Het is de laatste keer dat ik haar zag. Gisteren was het precies tien jaar geleden dat ze naar het schoolbal ging. Ze kwam nooit meer thuis. Op de terugweg gebeurde een auto-ongeluk. Ze was op slag dood'.
De man fluisterde een verontschuldiging en ging weg. Totaal verdwaasd ging hij in de wagen zitten en startte de motor. En toen reed hij langs het kerkhof. En hij keek, zomaar. Over een grafsteen hing een jasje.
Zijn jasje. Hij nam het en de inscriptie op het graf kwam tevoorschijn: 'Voor ons enige kind, teder geliefd en diep betreurd. 1964 - 1980'. Alweer was ze er niet in geslaagd thuis te komen.

# Posté le samedi 26 avril 2008 14:48

bezet

Een vrachtwagenchauffeur rijdt op een warme zonnige dag met zijn truck door de Alpen. Bergop heeft de zwaarbeladen wagen al de grootst mogelijk moeite om boven te komen, maar wanneer de chauffeur de top van de berg bereikt heeft en aan de afdaling begint, merkt hij al snel dat zijn remmen het begeven hebben.
Luid toeterend, slingerend en met een toenemende snelheid weet de chauffeur zijn truck op de weg te houden en andere automobilisten te ontwijken. De chauffeur heeft hier vaker gereden en weet dat er binnen enkele kilometers een veiligheidsafrit omhoog ligt, die juist bedoeld is voor auto⤙s waarvan de remmen het niet meer doen.

Als door een wonder weet de chauffeur zijn truck tot aan de afrit op de weg te houden. Opgelucht omdat er geen ongelukken gebeurd zijn, schiet de chauffeur met een snelheid van meer dan 120 kilometer per uur het pad in.

Daar, halverwege, zit midden op het pad een familie te picknicken.

# Posté le samedi 26 avril 2008 14:45

een serieuze bloedneus



Een student had grote moeilijkheden met zijn wiskunde tentamen. Een van de opgaven bezorgde de student zulke grote hoofdbrekers, dat hij besloot dat hij maar het beste zo snel mogelijk de collegezaal kon verlaten.
Zonder verder over de gevolgen na te denken stak de student twee potloden in zijn neus en sloeg met zijn hoofd hard op tafel. Het idee was dat hij met een bloedneus de zaal kon verlaten en later het tentamen kon overdoen.

Maar de potloden gingen verder zijn hoofd in dan de student had gepland. Beide potloden drongen de hersens van de student in, waardoor hij onmiddellijk overleed. Het antwoord dat hij gegeven had op de moeilijke wiskundevraag was overigens correct

# Posté le samedi 26 avril 2008 14:42

Modifié le dimanche 27 avril 2008 00:53

kopie , kopie




De Amerikaanse sergeant Stephen Schap vermoedde al langer dat zijn vrouw een ander had. Maar steeds als hij ernaar vroeg ontkende ze. Tot het moment dat zijn vrouw opgenomen werd in het ziekenhuis om te bevallen. Terwijl ze in het ziekenhuis lag vertelde ze haar man dat niet hij, maar haar minnaar de vader van het kind was.
Stephen Schap leek het nieuws redelijk te verwerken. Zelfs het feit dat zijn beste vriend al bijna een jaar een verhouding had deed hem niet in woede ontsteken. Hij verliet het ziekenhuis om wat spullen te pakken en liet zijn vrouw achter.

Na een half uur werd de vrouw gebeld door haar minnaar. Opeens vloekte hij en werd de verbinding gebroken. Enige tijd later arriveerde haar echtgenoot weer. Zijn kleding zat onder het bloed en in zijn hand had hij een volle boodschappentas.

"Kijk eens, schat. Ik heb je vriendje meegenomen", zei de man. "Nu kun je altijd slapen terwijl hij bij je is."

Dokters en verpleegkundigen kwamen op het gegil van de vrouw af. Toen ze de kamer binnenkwamen zagen ze de lijkbleke vrouw in haar bed zitten. Op het nachtkastje stond het afgesneden hoofd van de vermoorde minnaar.


# Posté le samedi 26 avril 2008 14:40